Gebedsestafette voor vrede: het belang van harmonie

Op 29 maart was Nederland aan de beurt in de gebedsestafette voor vrede die van 5 maart t/m 17 april door Europa gaat. Deze gebedsestafette tijdens de Veertigdagentijd is een initiatief van de Raad van Europese Bisschoppenconferenties (CCEE), alle 39 aangesloten Europese landen is gevraagd de Mis op te dragen voor de slachtoffers van oorlog en om rechtvaardige en duurzame vrede. In het Aartsbisdom Utrecht was de Eucharistieviering op 29 maart in de Sint Augustinuskerk in Utrecht, met als hoofdcelebrant kardinaal Eijk.
Concelebranten waren mgr. Woorts en van de St. Martinusparochie pastoor Boogers, pastor De Bekker en pastor Smits. De dag viel deels samen met ‘24 uur voor de Heer’ op 28 en 29 maart 2025. Op vele plekken wereldwijd waren kerken en kapellen op die dagen open voor aanbidding van het Allerheiligste en het ontvangen van het sacrament van verzoening (biecht).
In zijn preek benadrukte kardinaal Eijk het belang van harmonie: “Harmonie, dat wil zeggen overeenstemming, eensgezindheid, een goede verstandhouding met God, met onszelf en met medemensen, is zowel voor de onderlinge vrede als ons persoonlijk welbevinden van groot belang. Harmonie is op alle niveaus van de samenleving zeer gewenst,” zo zei hij.
Harmonie is essentieel in het gezin en in onszelf. “Harmonie is ook een onmisbare voorwaarde voor vrede tussen volkeren. In onze samenleving is echter in de laatste 50-60 jaar massaal in vergetelheid geraakt wat de meest essentiële voorwaarde is voor de vrede in ons innerlijk en in onze verhouding met medemensen: dat is onze harmonie met God.”
Jezus leert ons aan de hand van een gelijkenis hoe het gebed ons met God in harmonie kan brengen, aldus kardinaal Eijk. Deze gelijkenis gaat over twee mensen, leden van dezelfde gemeenschap die in dezelfde tempel gaan bidden: een farizeeër en een tollenaar. Kardinaal Eijk: “De farizeeër spreekt alleen over zichzelf en legt uit waarom God redenen heeft om hem dankbaar te zijn: ‘Ik ben gelukkig niet zoals de rest … ik vast, ik betaal tienden van mijn inkomsten aan de tempel.’ Het is ‘ik’, ‘ik’ en nog er eens ik.” De tollenaar is een belastingambtenaar die geld int voor de Romeinse bezetter en ook nog eens zijn eigen zakken vult. De tollenaar mag dan maatschappelijk gezien een bedenkelijke figuur zijn, hij bidt op een heel andere manier dan de farizeeër. Hij geeft niet op medemensen af, maar erkent daarentegen dat er veel in zijn leven moreel kwaad is. Hij is daarover heel openhartig en eerlijk en hij vraagt God om vergeving. “Na alles wat hij heeft uitgevreten, vraagt hij zich af of er voor hem bij God nog wel toekomst is. Jezus geeft daarop een geruststellend antwoord: ‘Deze ging gerechtvaardigd naar huis.’ Het gebed brengt hem weer in harmonie met God, omdat hij dat aan God vraagt en Deze hem dat ook geeft,” zo zei kardinaal Eijk.
Disharmonie, onmin tussen medemensen, komt vaak voort uit minachting en een negatief oordeel, aldus kardinaal Eijk. “Minachting voor andere volkeren is in de geschiedenis een beproefd recept gebleken voor oorlogen en dat is het ook nu. De vraag is: wie zijn wijzelf, de farizeeër of de tollenaar? De neiging is meestal groot om onszelf als de goeierds te zien en de anderen als de slechteriken. Geweld tegen medemensen is en wordt nog steeds met die gedachte gerechtvaardigd.”
“Uiteindelijke vrede in ons innerlijk, met medemensen en andere volkeren vinden we uitsluitend en alleen in de kruisdood en de verrijzenis van de mens geworden Zoon van God, Jezus Christus, waardoor we met God zijn verzoend. Hij heeft vrede gesticht tussen God en ons. Op eigen kracht zullen wij geen blijvende vrede kunnen bewerken. Willen we die ontvangen, dan moeten we aan Gods vredesplannen meewerken. We moeten daarom op de eerste plaats God bidden dat hij door Jezus blijvende vrede in ons leven tot stand brengt.”